Methodologie
Als het contract de vervoerder de koers toestaat
Gepubliceerd: 2026-10-06
Er zijn bevindingen die geen vordering zijn. Een valutamarge die het contract toestaat, is er precies zo een.
Dat betekent niet dat het niet de moeite is die te vinden. Integendeel — het is een van de weinige bevindingen waarvan de uitkomst vooruit werkt en die geen vordering, geen termijn en geen instemming van de andere partij nodig heeft.
De drie toestanden van een contract
Eerst: er is geen bepaling. Het contract zegt niets over de wisselkoers. Dat is het meest voorkomende geval. De koers wordt vastgesteld door de partij die de factuur uitschrijft, en er is geen tekortkoming, want er is niets om tekort te komen.
Twee: de bepaling staat de koers van de andere partij toe. Een formulering in de trant van “omrekening tegen de door de vervoerder vastgestelde koers”. Dezelfde uitkomst, alleen hebt u die nu ondertekend.
Drie: de bepaling benoemt een bron. “De ECB-referentiekoers op de factuurdatum.” Alleen hier is het verschil een tekortkoming.
De meeste bedrijven weten niet in welke toestand ze zitten, omdat de valutabepaling bij het afstemmen van het contract nooit onderwerp van discussie is.
Waarom de eerste twee toestanden het rekenen toch waard zijn
Is de marge rechtmatig, dan is de uitkomst geen eis maar een getal: hoeveel deze contractbepaling u per jaar kost.
Dat wordt exact berekend, zonder aannames. U neemt alle in het jaar omgerekende bedragen, rekent elk bedrag na tegen de referentiekoers van die dag en telt de verschillen op. Dat geeft het jaarbedrag.
Dat getal is een goed onderhandelingsargument, want het heeft drie eigenschappen die de meeste onderhandelingsargumenten missen: het is exact, het is van beide zijden te verifiëren, en het beschuldigt niemand. U zegt niet dat iemand verkeerd heeft gehandeld — u zegt dat deze bepaling u zoveel kost, en u vraagt die te wijzigen.
Waar u om moet vragen
Een werkende bepaling heeft drie elementen. Zonder het derde veranderen de eerste twee bijna niets.
De bron. Wiens koers. De ECB-referentiekoers is de gebruikelijke keuze, omdat die openbaar en gratis is, dagelijks wordt gepubliceerd en een historie heeft die een jaar later nog te controleren is.
De datum. De koers van welke dag — de factuurdatum, de verzenddatum of de betaaldatum. En, het belangrijkste, wat geldt als er die dag geen koers wordt gepubliceerd. De ECB publiceert koersen op werkdagen, dus ongeveer een derde van de kalenderdata heeft geen koers. Zonder die zin werkt de bepaling niet voor weekendfacturen.
Geen marge. Een rechtstreekse zin dat er geen aanvullende omrekeningsmarge wordt toegepast. Zonder die zin kan de referentiekoers worden toegepast en de marge er apart bij — formeel is de bepaling nageleefd.
Een formulering die u in onderhandelingen op tafel kunt leggen:
“Bedragen die niet in euro's zijn gefactureerd, worden omgerekend tegen de door de Europese Centrale Bank gepubliceerde referentiekoers op de factuurdatum; is er die dag geen koers gepubliceerd, dan tegen de laatste vóór die dag gepubliceerde koers. Er wordt geen aanvullende omrekeningsmarge toegepast.”
Stem de formulering af met uw eigen jurist — dit is een voorbeeld, geen juridisch advies.
Wat u kunt verwachten
Voor de vervoerder is deze bepaling geen principekwestie, zolang zijn prijs elders niet verandert. Het praktische antwoord is vaak dat een vaste koers acceptabel is, maar dat dan een andere regel omhoog gaat.
Dat is een normale uitkomst van onderhandelen, en het blijft nuttig: een marge die onzichtbaar was, wordt een regel die u met een ander aanbod kunt vergelijken. Een verborgen kostenpost die een zichtbare kostenpost wordt, is een betere positie, ook als het bedrag niet is veranderd.
Gerelateerde artikelen: