Financiën
Richtlijn 2011/7: welke rechten u hebt en waarom bijna niemand ze gebruikt
Gepubliceerd: 2026-09-22
Artikel geschreven door Vytautas Natys, CEO, UAB NVGroup.
De richtlijn betreffende bestrijding van betalingsachterstand bij handelstransacties geldt sinds 2013. Haar bepalingen werken automatisch, maar in de praktijk maakt slechts een minderheid er gebruik van.
Wat erin staat
Termijnen. Bij B2B-transacties bedraagt de wettelijke betaaltermijn dertig kalenderdagen. Contractueel kan die worden verlengd tot zestig. Een langere termijn is alleen mogelijk als die niet kennelijk onbillijk is jegens de schuldeiser. Voor overheidsinstanties geldt dertig dagen, bij uitzondering zestig.
Acceptatieprocedure. Voorziet het contract in een aanvaardings- of verificatieprocedure voor goederen of diensten, dan mag die niet langer dan dertig dagen duren. Daarmee wordt de praktijk afgesneden waarbij de termijn formeel kort is, maar loopt vanaf een onbepaalde „acceptatiedatum”.
Rente. Het ECB-referentietarief plus ten minste acht procentpunten. Verschuldigd van rechtswege.
Vaste vergoeding. Minimaal veertig euro voor elke te laat betaalde factuur, zonder afzonderlijke onderbouwing.
Overige kosten. Redelijke invorderingskosten worden aanvullend vergoed.
Waar lidstaten verschillen
De richtlijn stelt minima vast, daarom zijn de nationale omzettingen niet uniform.
In Duitsland gelden in B2B-verhoudingen negen procentpunten boven het basistarief, niet acht. In Polen is de vaste vergoeding getrapt naar factuurwaarde in plaats van één bedrag.
Het praktische gevolg: wie in meerdere landen actief is, moet per land afzonderlijk rekenen. Eén gemiddelde toepassen zou in beide richtingen een verkeerd resultaat geven.
Er komt geen nieuwe verordening
In september 2023 stelde de Commissie een verordening voor die de richtlijn zou vervangen en een harde grens van dertig dagen zou invoeren zonder verlengingsmogelijkheid. Het Parlement nam een gewijzigde versie aan in april 2024.
In de Raad blokkeerden de lidstaten het voorstel. Latere voorzitterschappen zetten het dossier niet op de agenda, en in het wetgevingsregister staat de zaak als ingetrokken.
De praktische conclusie is eenvoudig: er valt niets af te wachten. Wat geldt, zijn de rechten die sinds 2013 van kracht zijn.
Waarom ze niet worden gebruikt
Drie redenen, en slechts één daarvan is juridisch.
De relatie. Een klant is een klant, en een rentevordering oogt als het begin van een conflict.
Het cijfer. Wie wil vorderen, moet het bedrag kennen — en niemand rekent het uit.
De verhouding. Veertig euro op één factuur lijkt onbeduidend. Driehonderd te late facturen per jaar zien er anders uit, maar dat bedrag zie je pas als je het optelt.
De eerste reden is echt en valt niet weg te redeneren. De tweede en de derde zijn puur een kwestie van rekenen.